Jun 27 2010

Mongolië

Daar stonden we dan, na drie kwartier rijden, voor de grens van Mongolië. We waren op tijd, 7.45, en stonden als vierde in de rij. Voor ons stond een gezelschap Russische avonturiers die ons hebben voorzien van een Siberische wodka en een kaart van Mongolië voor de Garmin. Om 9.30 ging de grens open maar natuurlijk moest Joep eerst een stukje terug rijden om een stempel te halen op een formuliertje. De grensovergang was verder zoals inmiddels gewend alleen dan veel trager, met name aan de Mongoolse kant hadden ze alle tijd en vast een soort van systeem maar dat was voor ons niet te doorgronden. Afwijkend was wel dat de gehele Mongoolse grenspost bemand was door (vriendelijke) vrouwen op één man na maar wij vermoeden dat dit therapeutisch was.

Op pad dan maar, de wegen zijn zoals omschreven en zoals verwacht: niet of nauwelijks aanwezig. Het zijn karrensporen van voornamelijk kiezel maar ook zand en keien. Het landschap is ontzettend mooi, leeg, ruw maar ook groen langs de beekjes. Overal zie je herders met vee (yaks, geiten en paarden) en yurts op de groene stukjes land staan.

In Tsagannuur hielden een man en vrouw ons aan die iets onbegrijpelijks zeiden, Joep dacht dat ze wilde liften en gaf aan dat dit niet tot de mogelijkheden behoorde. Jan dacht daar anders over en ze stapten beide op de kist op het zijspan. Gelukkig was hun ‘huis’ niet ver, we werden voor thee uitgenodigd: dat konden we natuurlijk niet afslaan.

Het huis bestond uit een hal (tevens stal) en een kamer (dat was dus de keuken, woonkamer, slaapkamer, enz.) We kregen snoep, koekjes, een soort broodstaafjes, boter om te combineren, thee en yakmelk aangeboden. Dat laatste wordt bewaard in een afwasteil onder het aanrecht, een grote soeplepel wordt gebruikt om uitgebreid te roeren en te gieten en ook om kommen te vullen. Yakmelk smaakt als een combinatie van yogurt, karnemelk, geitenmelk en boter (voor de structuur): yak! Maar eigenlijk viel het best mee.

We zijn goed doorgereden en lopen nog steeds voor op schema (drie dagen plus een beetje) maar we hebben slecht nieuws gekregen: de weg die we hadden willen volgen is onbegaanbaar, hoog water. We zullen een weg om Agit Nuur moeten vinden. De heren van “The Long Way Round” is hetzelfde overkomen en dat was niet het gemakkelijkste stukje van de rit. Spannende dag dus morgen.

De tenten staan weer op een hoogvlakte omringd door bergtoppen, erg mooi. En aan gezelschap ook geen gebrek, men zou eerder van een overschot spreken, we zijn vlak bij een aantal huizen neergestreken. Mongolen tonen hun interesse door op een meter afstand van je te gaan hurken en te staren. We dachten dat hun aandacht vanzelf wel zou verslappen maar nee hoor, ze hebben het de hele avond volgehouden.


Jun 27 2010

Sporen zoeken

Vroeg weer aangereden voor wat een pittige dag gaat worden; om 0800 uur zijn we in het bekende dorp Nogonuur (wie kent het niet?), waar we een wakkere dorpsbewoner treffen die ons bevestigde dat we inderdaad om het meer (Achit Nuur) heen moeten rijden. Dan maar eerst proviand inslaan bij de winkel die voor ons een uur eerder opengaat. We rijden de richting in die ons gewezen is, en het zijn karrensporen die je volgt, in de hoop dat je het goeie spoor volgt. De Garmin is een grote hulp, we volgen het meest bereden spoor en er is niemand anders, gewoon alleen op de wereld. Joep kan vele malen sneller op zijn solo, daar waar Jan alleen maar worstelt om de combinatie heel over te brengen; de sporen bestaan uit zand (af en toe), heel veel keien (grote en kleine), gaten, wasborden en ga zo maar kilometers en kilometers door. Het gaat van kwaad naar erger;  bij het oversteken van een beek slipt Joep van links naar rechts maar haalt bijna helemaal droog de overkant, maar Jan komt met zijn achterwiel muurvast te zitten. De oplossing moet van ons zelf komen omdat er kilometers in de omtrek geen levende ziel aanwezig is. Uiteindelijk hebben we het voorwiel kunnen verplaatsen waardoor (getrokken door de Honda) het zijspan uiteindelijk op het droge komt. De hele operatie kost ons zo’n 2 uur, zijspan leegladen, allerlei pogingen etc. We gaan fluks verder en op enig moment mist Jan zijn tanktas met regenpak wat al sinds de Oekraïne achterop gebonden zat, en wat blijkbaar na tientallen kilometers hobbelen en schokken op de keien er de brui aan gegeven heeft. Joep racet terug en vindt vlot de tanktas, het regenpak zal wel ooit  gevonden worden door een herder die het pak in het regenseizoen wellicht kan gebruiken! Zal dan wel de blits maken, de enige herder in Mongolië met een feloranje Lookwell regenpak! De trip gaat weer verder en de paden zijn voor Jan een ellende, voor Joep echter goed te doen, maar daardoor schiet het niet echt op. Jan komt op de keienpaden niet boven de 20 km/uur, en ondanks die snelheid is de kist met alle spullen helemaal van de bodem losgescheurd, zodat deze met spanbanden aan de bodem wordt vastgesjord. Volgens Joep rijden we teveel zuidwaarts en het spoor dat we moeten kruisen komt maar niet, zodat we naar het oosten afbuigen in de hoop het goede spoor richting Ulaangom te vinden. Op enig moment zien we een andere auto, waarvan de inzittenden met een voor ons vreemde kaart ons bij navraag bevestigen dat we eindelijk op de goede weg zijn! Joep en Jan krijgen wat woorden, niet verwonderlijk na 4 weken intensief met elkaar in moeilijke omstandigheden optrekken, maar dat wordt uitgepraat en weg zijn we weer! Duidelijk wordt dat Ulaangom voor vandaag niet meer haalbaar is, en met Jan volledig ‘op’ besluiten we de tenten op te zetten in een stenenlandschap met witte besneeuwde toppen in de verte. De kip met kerrie maaltijd van Bever doet goed en we gaan op tijd onder zeil voor weer een pittige dag morgen. Het is voor beiden een zware dag geweest, in meerdere opzichten, maar hier doen we het voor, dit was wat we wilden zien en meemaken.


Jun 27 2010

Ulaangom

De dag begon weer met verder hobbelen op de keien, na zo’n 1,5 uur kwamen we door een dorpje dat niet op de kaart stond. We hebben dankbaar gebruik gemaakt van de gelegenheid om brandstof voor mens en machine in te slaan. We wisten dat we het vanaf hier zwaar gingen krijgen, op google earth hadden we de vorige dag gezien dat we een berg over moesten. De weg ging eerst verder zoals bekend, keien, maar veranderde langzaam in een helling met modder en keien. Geen groot succes voor een motor en het duurde niet lang voordat Joep opnieuw kennis maakte met de grond. Gelukkig weer niet al te hard maar genoeg om zijn koppelingspedaal opnieuw krom te buigen. Honda in zijn één en zo goed en zo kwaad als het kan de berg op, boven aangekomen was het wachten op Jan….. geen Jan. Na 30 minuten nog geen Jan. Vanwege de modder vond Joep het geen optie om terug te rijden dus begon hij te voet aan de afdaling, bijna op het punt van zijn val aangekomen zag hij Jan de berg oprijden. De bekabeling van het span was doorgesneden, had sluiting gemaakt en een zekering doorgebrand (tenminste dat is hoe wij vermoeden dat het gegaan is). Jan heeft dus op de modderhelling alles uitgehaald, zadel losgemaakt en de zekering vervangen. Op de top werd het pedaal van Joep wederom in de juiste stand gebogen.

De afdaling was wederom een uitdaging, meer voor Jan dan voor Joep want de weg bestond alleen maar uit keien en rotsen.

Onderaan de berg reden we zo in een paardenfeest waar de aandacht van het publiek voor de paarden binnen een halve minuut naar ons verschoof. Wij en de motoren moesten worden aangeraakt, gefotografeerd en worden toegesproken alhoewel wij dat natuurlijk niet verstonden. Toen de aandacht weer verschoof naar waar de paarden langskwamen zijn we meegelopen en hebben we een aantal vaders gadegeslagen te paard het paard waar hun zoon op zat aan de teugels vast hadden en onder het langsrijden een zin herhaaldelijk schreeuwden. Apart om mee te maken.

Vanaf daar reden we weer op de gebruikelijke route en dat was te merken, de weg was nog steeds een spoor maar wel een waar een beetje op kon worden doorgereden. Deze leidde ons nog over twee passen voordat we de laatste afdaling maakten en je gelooft het niet: op asfalt de laatste 40 km verder reden naar Ulangom.

Daar aangekomen kwamen we tot de ontdekking dat de fantastische tocht vandaag zijn tol heeft geëist van het zijspan, één bijna breuk en één volledige breuk… Morgen dus op zoek naar een lasser.

Vandaag was een onbeschrijfelijke mooie dag wat betreft uitzichten en omgeving. Echt onvoorstelbaar mooi, zovéél kleuren en dan ook nog zoveel variaties van die kleuren. Bergen, sneeuw, meren, gras, bomen, rode rotsen, blauwe bloemen, en ga zo maar door. Zo iets hebben we beide nog nooit gezien en verwachten we ook nooit meer te zien.


Jun 27 2010

Ulaangommers

We hebben in het hotel lang geslapen, waarschijnlijk omdat we na 4 weken werken toch toe waren aan een goede, wat langere nachtrust; daarom stonden we ook pas rond 0800 uur op, en gingen we in alle rust op zoek naar een ontbijt. Het zijspan was op 1 plaats afgebroken en op een andere plaats gescheurd, maar de juffrouw van het hotel zei dat we eerst maar eens moesten ontbijten en daarna zou zij wel het een en ander regelen. Ontbijten hebben we op dezelfde plaats gedaan als gisteren het avondeten, Jan nam dezelfde schotel met vlees, rijst en veel groentes(!) en Joep probeerde de geroosterde boterham met gebakken ei. Het smaakte ons beiden uitstekend en goed geluimd gingen we terug naar het hotel. De broer van de hoteljuffrouw zou bij Jan achterop naar de plaatselijke lasser rijden en daar zou het probleem worden gefikst. Bij het uitdraaien van het pad van het hotel naar de weg brak het zijspan echter definitief af, en daar stond Jan. Het hotel gebeld en er zou iets van een vrachtwagen worden geregeld; er kwam echter een oude man met een paard en een zelfgemaakte kar! Op straat werd het zijspan ontkoppeld (dus de bak open, alles eruit en Mongolen die zich a. stonden te vergapen wat er allemaal in de bak zat, en b. zich direct met 6 man gingen bemoeien met het loskoppelen van het zijspan), en het zijspan werd met vereende kracht op de kar geladen met alle inhoud los d’r bij. Deze zouden zo worden afgeleverd bij het hotel, en de broer en Jan zouden de Yamaha verder duwen naar de lasser (omdat de motor aangepast is aan zijspanrijden is het niet wijs om het 2 man erop solo te gaan rijden in Ulaangom). Joep wist van niets, want de afspraak was dat hij naar het internetcafé zou gaan om de site bij te werken om zo het thuisfront (jullie dus) op de hoogte te houden van onze vorderingen. Onderweg werden wij ingehaald door de man met paard en kar, en het leek een goed idee om een 225 kg zware motor op de kar te laden en zo naar de lasser te rijden; omdat we zo nogal wat aandacht trokken waren er zo een man of 5 gecharterd op de motor op te laden en zo reden wij gezellig naar de lasser! Deze keek eens, en vond het geen probleem om de motor te lassen zoals die op de kar lag; Jan zag het namelijk niet zitten om die eerst af te laden, dan te lassen en vervolgens weer op te laden. Dus werd er gelast, ondertussen Joep gebeld die klaar was en kwam kijken, en kachelden we weer  geduldig terug, kijkend naar de kont van het paard. In het hotel aangekomen waren er zo een stel bouwvakkers (vergezeld van de baas van het hotel), die zich ontfermden over het weer samenvoegen van de Yamaha en zijn zijspan, en met vereende krachten – en met behulp van een hamer en twee bijlen-  kwam alles weer voor elkaar! Om uit te proberen ging de broer van de hoteljuffrouw nog even een rondje mee op het span (waarbij die zijn pet verloor) en we hebben het spullen weer in het span ingepakt, nu goed verpakt in plastic zakken.  In de tussentijd zijn we ook even met z’n tweeën met de taxi boodschappen wezen doen op de lokale markt: onze benzine-jerrycan lekte namelijk en moest worden vervangen. Een andere gekocht en tevens etenswaren en water ingeslagen voor de komende dagen.  Edoch, terug bij het hotel bleek de “nieuwe” jerrycan ook te lekken en met het zijspan (Joep zittend op het deksel van de kist) weer terug en omgeruild voor een die niet lekte. Eindelijk alles klaar, en eerst maar eens gaan eten. We besluiten weer naar hetzelfde restaurant te gaan waar we ongevraagd beiden een glas met 0,6 liter paardenmelk op tafel gezet krijgen; tja, toch maar opdrinken en daarna de smaak wijzigen in die van bier!


Jul 2 2010

Gewijzigde route!

Vanmorgen eerst maar eens op zoek naar een soort van paardendeken waarop Jan kan slapen, want zijn veldbed is hij kwijt, samen met het stoeltje (gejat? Verloren?). De 55-jarige eigenaar van het hotel  ging bij Jan achterop naar de winkel, die echter pas om 10.00 uur open ging.  Maar wonder boven wonder kwamen we bij de winkel 2 andere motorrijders tegen, nota bene ook Nederlanders, Joost en Wim, die al 2,5 maand aan het rondrijden zijn. Wim is al gepensioneerd, dus die heeft alle tijd! We hebben met hen overlegd welke route voor ons het meest geschikt zou zijn, gezien de tijdsdruk die we toch hebben; zij kwamen uit Ulaanbaator via een prachtige route, maar het heeft ze wel 14 dagen gekost, dagen die wij niet hebben. Zij raadden ons aan de zuidelijke route te nemen, waarmee je het vlotste (een betrekkelijk begrip hier in Mongolië met de wegen die er niet zijn) ons einddoel Ulaanbaator kunt bereiken. Na ampel beraad besluiten we dit dan maar te doen, volgens onze inschatting is Mongolië overal mooi! Dus vanuit Ulaangom koers gezet naar het zuiden waar we bij Khovd de “hoofdweg” nemen; na 10 kilometer gaat het al fout omdat we een stroom over moeten steken. Joep gaat van eilandje naar eilandje en bereikt zo goed als droog de overkant. Hoe anders vergaat het Jan; deze gaat op aanraden van een paar locals gewoon rechtdoor en beland daardoor in het diepste gedeelte waar de motor voor 2/3 onder water verdwijnt en daar ook vast komt te zitten…. Joep komt helpen en de locals stropen ook de broekspijpen ver op; Jan zit ondertussen op z’n dooie gemak de gebeurtenissen af te wachten en stapt dan ook af om te helpen zijn span uit het water te krijgen (neen, daar zijn geen foto’s van omdat Joep kwam helpen in plaats van foto’s maken!). Redelijk makkelijk nog wordt deze op het droge geholpen waar wij de schoenen, laarzen en Jan zijn kunstbeen laten leeglopen, en maar gelijk van de gelegenheid gebruik maken om een beetje te ontbijten. Daarna ging het redelijk goed, zand, vast gestampt zand (dat ging lekker!), wasborden (daar weet Jan nu alles van), en op het allerlaatste zelfs een soort van asfaltweg die naar de stad leidde. Onderweg nog een originele kamelenkaravaan gezien die met gers op de rug op weg waren naar? Echt Kara ben Nemsi (voor de niet ingewijden: dit is een figuur uit de boeken van Karl May).  Nu nog een plek om te slapen, we willen in ieder geval de laarzen cq. schoenen laten drogen en effe goed eten, want het vreet energie van beiden. Het uitgekozen hotel zag Joep, en was meteen volgeboekt (ze hadden nog wel een kamer voor 6 personen, maar daar hebben we toch maar vanaf gezien); er kwam echter een jongeman voorbij die engels sprak (geleerd van Amerikaanse muziek!) die bij Jan achterop kroop en ons naar een basic, maar schoon hotel bracht.


Jul 2 2010

Dwars door Mongolië

We hebben dus besloten om de zuidelijke route te nemen om te zorgen dat we in ieder geval op tijd in Ulaanbator komen, en dus hebben we vanmorgen kennis gemaakt met wat men hier de hoofdweg noemt (en wat ook als zodanig op de kaart staat), Bij het verlaten van Khovd moesten we tol betalen, en van de andere kant kwam een motorrijder aanzetten, die bij nadere kennismaking Dave bleek te heten, uit Australië kwam en onderweg was naar Londen met nog 2 kameraden.  Een daarvan kwam later aangereden en de derde, hun navigator, kwamen wij onderweg tegen. Zij hadden op hun Suzuki’s 3 dagen gereden vanaf Ulaanbator, dus ons zal het zeker lukken in 9 dagen; het verschil zit hem uiteraard in de lengte van de dagetappes.

De hoofdweg laat zich in een woord omschrijven: baggerweg.  Wederom het eerste stukje goed te doen, aangestampte zandpaden, maar daarna kwamen de wasborden, kilometers lang en de keienpaden, idem. Enfin, uiteindelijk ons einddoel van de dag ruim gehaald en de stoeltjes maar eens tevoorschijn gehaald om van de omgeving te genieten alvorens de tent op te zetten.  We hebben een plek uitgekozen die in de verte nog een beetje groen leek, maar wel zichtbaar vanaf de weg. Dat betekende dat al gauw een jong echtpaar op een Chinese Honda 125 ons gezelschap kwam houden; best wel een leuk stel dat de ogen uitkeek bij al die westerse moderniteiten. Ze hebben Joep meegeholpen zijn tent vast te zetten, trakteerden ons daarna op een zak vers gebakken koekjes en bleven vervolgens prinsheerlijk zitten. Uiteindelijk stapten ze op de motor en vertrokken, maar niet nadat zij –en wij!- gezelschap kregen van de inzittenden van 2 auto’s die het erg gezellig leek. Alleen wilden wij Jan’s tent nog laten drogen van zijn wateravontuur, en eten; toen de auto gasten spontaan aan de motoren gingen prutsen en de helmen wilden gaan opzetten werd het Jan te gortig en droop het gezelschap af.  Even later keerde het motorduo weer terug en vroeg om sigaretten; die hebben ze gehad en zielsgelukkig bromden zij ook weer richting huis. Eindelijk rust. De maaltijd van Bever was niet helemaal een succes maar wel smakelijk, en door de muggen werd het al vroeg tent-tijd; de aangeschafte Deet tegen de muggen werkt niet tegen de Mongoolse variant, helaas. Morgen verder.


Jul 2 2010

Gas geven!

Vanmorgen zijn we om 0700 uur vertrokken om te trachten Altai te bereiken; dat is een wat groter dorp, en we maken dan wat meer kilometers dan de benodigde 150 per dag. De zuidelijke route is zeker niet de mooiste of de spectaculairste, maar het is en blijft een machtig mooi landschap. Niet zozeer de woestijn waar we doorheen karren, maar wel de machtige bergen met sneeuwwitte toppen welke ons lijken te vergezellen. De temperatuur ging uiteraard weer naar de normale waardes voor woestijnen, gewoon 50 graden dus (in de zon), iets wat we beiden goed kunnen hebben.

De wegen zijn goed te doen naar Mongoolse standaard, maar wederom een uitdaging; het gaat eigenlijk wonder boven wonder redelijk goed, met name omdat Jan van pure frustratie op de wasborden maar eens 90 km ging rijden, en tot de ontdekking kwam dat daardoor het desintergratieproces van de motor niet toenam! Dat is dus de manier, gewoon gas geven! Het kost dan wel uiterste concentratie om alle bochten op die zanderige wasborden te kunnen nemen (het zijspan staat regelmatig met die snelheid dwars en komt zelfs met 3 wielen los van de grond!), maar dat “concentratieprobleem” hebben we beiden. Zo schiet het tenminste op, en om 1600 uur hebben we toch 280 km afgelegd en bereiken we Altai. Effe zoeken naar een hotel, en bij het eerste krijgt Joep al te horen dat er geen plaats is (voor als zwervers uitziende westerse motorrijders waarschijnlijk);  op hetzelfde moment komt er een BMW 800 aangereden met Fabio en Anna, een gepensioneerd Italiaans echtpaar, maar ook Anna krijgt met haar vrouwelijke charmes geen kamer. Dan maar op zoek naar een andere slaapgelegenheid, en we belanden in een louche hotelletje aan de rand van de stad, waar we na lang aandringen ook gebruik mogen maken van de douche om ons te ontdoen van zweet en woestijnzand. Zij hebben nog de Lonely Planetgids die wij zijn kwijtgeraakt, en daarmee zijn we met z’n vieren naar een restaurant getogen waar het goed eten was; wat we precies gegeten hebben weet nog niemand, maar het smaakte prima. Zij hebben van Joep de kaart van Mongolië voor de Garmin gekopieerd en gaan morgen verder op weg om uiteindelijk in Zuid Afrika te eindigen! Wij moeten op tijd weer thuis zijn, en vallen morgen weer de Mongoolse hoofdweg aan, op weg naar Ulaanbator.