Jul 2 2010

Het einde

Waar we bang voor waren maar niet gebeurde, is vandaag dan toch gebeurt; onze reis eindigt 1000 km voor ons einddoel, Ulaanbator. Wat is er gebeurt: we zijn vanmorgen na het boodschappen doen en het vinden van alleen gesloten internetcafe’s op weg gegaan om een behoorlijke dagetappe af te leggen. De weg was zoals gebruikelijk hier, dus af en toe koos Jan een zijpad wat gelijk loopt aan de hoofdweg, maar wat iets minder slecht is. In dit geval (na pas 20 kilometer na vertrek) een spoor links van de weg, met stenen, kiezels en zand, maar vooral geen of minder wasbord want daar gaat het zijspan echt helemaal van naar de kloten (sorry hoor).  Hard reden we niet, max 60, en met die snelheid dook Jan linksaf zoals al ontelbare keren daarvoor; alleen ging dit wat minder. De neus van het zijspan (de “sneeuwschuiver” zoals Joep het noemt) ramde zich met die snelheid direct muurvast in een zandrichel en Jan werd over het span heen gelanceerd en vloog 10 meter door de lucht om vervolgens hard te landen op de stenen en de kiezels. Joep zag het gebeuren en stopte acuut om bijstand te verlenen, maar toen die bij de bewegingloze Jan kwam, kwam er weer wat beweging in hem; Jan werd voorzichtig op eigen verzoek overeind geholpen, en zo op het eerste gezicht leek die wel oké. Van het span kon dat niet worden gezegd;  de impact was zodanig groot geweest dat de “sneeuwschuiver” helemaal plat gedrukt was en mede daardoor was heel de kist totaal kapot. We hebben er maar mee gelachen want ergens was de situatie zo duidelijk dat we er niet omheen konden; dit is het einde van de reis. Goede raad lag voor de hand: telefoonbereik hadden we niet, dus ging Joep terug naar Altai om een vrachtauto te charteren om 2 motoren en 2 berijders naar Ulaanbator te brengen alwaar we een plaats gereserveerd hadden bij Oasis, een Oostenrijkse bed-and-breakfast, maar naar westerse normen. Joep verheugt zich al weken op een enorme schnitzel die hij daar wil eten, met iets van een pepersaus. Om 1600 uur zou er een truck vanuit Altai vertrekken die ons in de woestijn zou oppikken, dus de dag werd gevuld met de kist uitladen die Joep, ongelofelijk maar waar, weer in elkaar heeft gekregen! Alle wanden waren los van elkaar en helemaal los van de bodem, een wand zat beklemd tussen de vering van het span, en alles werd met spanbanden muurvast gezet (wat is muurvast op Mongoolse wegen??) en de kist werd weer gevuld met onze spullen! Tevreden ging Joep bij Jan zitten, wiens stoeltje (origineel Chinese namaak-Coleman) inmiddels ook met tieraps bij elkaar werd gehouden, die zat namelijk aan de kist vast en heeft de klap ook goed meegekregen. En dan maar wachten op 1600 uur, 1700 uur en nog steeds geen truck. Ondertussen bleek Jan toch de nodige fysieke schade te hebben opgelopen; hij kon zijn rechterhand niet meer gebruiken, en lopen zich ook zeer moeizaam omdat hij klaarblijkelijk rondgetold is op de stenen bodem en zijn rechterknie behoorlijk pijn deed en –zoals later bleek- aardig opgezwollen was.  Om 1715 uur ging Joep maar eens polshoogte nemen hoe de zaken erbij stonden in Altai bij onze chauffeur; deze kwam stomdronken uit een of andere lokaliteit en daarmee was gelijk die oplossing om zeep geholpen. Natuurlijk gaan wij niet met een ladderzatte chauffeur door stikdonker Mongolië rijden, dan zoeken we wel een andere oplossing. Joep bleef weg, en Jan begon zich na dik een uur toch wel zorgen te maken; die besloot dan maar op een been de Yamaha te gaan laden met de overige spullen om Joep alvast een stukje tegemoet te rijden. Toen hij met een snelheid van 15 km al 300 meter gevorderd was, kwam Joep met een taxi aangescheurd: deze laadde Jan in en Joep reed het zijspan terug naar het scruffy hotel in Altai. Daar weer aangekomen moest de kamer direct worden afgerekend, de zakjes oploskoffiekoffie ook ter plekke betalen en wij zochten via een sms bericht aan Marij contact met de sos-alarmcentrale.  De rottigheid is ook nog dat we in dit gat niet kunnen bellen, wel sms-sen, en we kunnen gebeld worden. De sos-alarmcentrale belde zojuist dat er een ambulancevliegtuig met medisch personeel naar ons onderweg is, we krijgen nog de juiste tijdsplanning door; meer dan hulde voor deze geweldige, geoliede organisatie! We zijn ondertussen met de taxi naar en van het restaurant geweest waar we gisteren ook met Fabio en Anna geweest zijn, om toch maar wat te eten; hoe eerder we hier weg zijn, hoe fijner we ons voelen. Jan is emotioneel voor wat betreft het niet rijdend halen van Ulaanbator, maar mag God op z’n blote knieën danken dat er niet meer letsel is, en tenslotte hebben we een geweldige 5 weken gehad; dat nemen we de rest van ons leven mee!


Jul 2 2010

De volgende ochtend

We hebben allebei een rotnacht achter de kiezen; van slapen kwam weinig omdat we allebei de dag nog moesten verwerken en de Mongolen in het hotel nooit hebben gehoord van gasten die ’s nachts graag willen slapen. Dat resulteert een groot deel van de nacht in slaande deuren en hard pratende en lachende mensen die door de gangen rennen; wat ze dan doen blijft een groot raadsel. De hand van Jan ziet er goed uit, doet geen pijn meer, maar zijn rechterknie (inderdaad, het slechte been natuurlijk) is zwaar opgezet en prothese aan dan wel lopen zal vermoedelijk niet gaan (ervaring Jan, geen doktersconclusie!).  We hebben om 02.30 uur nog contact gehad met de SOS-alarmcentrale; straks komen ze ons ophalen, het vliegtuig zal zo rond 11.00 uur landen, de dokter komt mee en komt eerst effe kijken, en dan is de planning dat we om 11.40 uur opstijgen en zijn we om 15.00 uur in Ulaanbator waar we dan eerst naar het ziekenhuis gaan. Daar zal SOS-alarmcentrale met ons contact opnemen om zaken verder te regelen. De motoren blijven voorlopig hier, de sleutels en papieren nemen we mee, want eerst morgenvroeg krijgen we te horen hoe de repatriëring hiervan gaat plaatsvinden. Zo, nu eerst maar eens een kop koffie en de loop van de dingen verder afwachten.


Jul 2 2010

UlanBaatar

Om 11.15 uur stond de dokter voor de deur van de kamer en werd Jan aan een kort onderzoek onderworpen. Conclusie: met uitzondering van de knie ziet het er goed uit, rechterknie moet worden gefotografeerd maar in ieder geval geen opname in het ziekenhuis. Hier betekend dat niet alleen voor Jan een enorme opluchting.

Met de taxi naar het ‘vliegveld’ alwaar ons een Cessna met bijbehorende van Nederlanders afstammende Canadese piloot Ryan op ons wachtte. Snel het vliegtuig in en op naar de hoofdstad. De vlucht was niet erg soepel maar wel mooi en we zijn veilig geland op Chengis Kahn airport. De arts had ‘vervoer’ geregeld naar het ‘trauma-ziekenhuis’, bestaande uit een ‘ambulance’ zonder vering met een chauffeur met doodswens die het een goed idee vond om zijn vierjarige dochtertje voor in het midden zonder riem op een plankje mee te laten rijden. UlanBaator is een afschuwelijke grote stad met idioot verkeer, voor Jan en Joep weer een nieuwe ervaring.

In het ‘trauma-ziekenhuis’ (zo moet het bij ons voor de oorlog er hebben uitgezien) bleek dat er niets gebroken is maar dat er mogelijk wel banden gerekt zijn in de knie van Jan. We kunnen dus naar huis.

We bevinden ons nu in een westerse enclave genaamd Intergam Oasis waar we heerlijk schnitzel en spaghetti bolognese hebben gegeten (jullie mogen zelf de gerechten aan personen koppelen). Nu even rusten, het zijn toch twee heftige dagen geweest.

P.s. helaas geen foto’s meer, het (tweede) toestel van Joep heeft het begeven…


Jul 9 2010

Naar huis

Gisteren, zaterdag dus, werd Jan als eerste wakker, wat ook wel mocht daar hij bijna 12 uur in bed had doorgebracht; als eerste maar een mager ontbijt, maar geroosterd brood met jam was toch wel 5 weken geleden! Joep had ’s avonds bij het luisteren naar het radioverslag van Brazilië – Nederland een complete zak chips naar binnen gewerkt, maar daarvan lag het vetgehalte aanmerkelijk hoger dan bij ons gebruikelijk, dus wat later kwamen al die chips in een gewijzigde volgorde er weer uit en voelde Joep zich knap ellendig. Zijn maag is nu leeg, en rust is dan een goede oplossing, dus die probeerde nog wat slaap te pakken. Guesthouse oasis bleek ook het uiterlijk van een oase te hebben, namelijk een vriendelijk, rustig gebouw met daarin een klein restaurant waar je verder ook de dag kon doorbrengen, een terras met houten tafels en uitzicht op een kleine groene tuin met op 10 meter een 5-tal  gers, oftewel de traditionele vilten Mongoolse tent waarvan wij er onderweg zoveel van hebben gezien.  Deze gers echter worden gebruikt als gastenverblijven, en er staat het hoognodige in: 4 bedden, een wastafel, een klein bijzettafeltje en een wat grotere tafel in het midden; het is een eenstokker tent, en aan die ene paal zit tevens de lichtschakelaar voor de enige lamp en een stopcontact. Langzaam werd Joep ook wakker en hebben we wat kennis gemaakt met de overige gasten: het blijkt een verzameling vreemde snuiters te zijn. Hubert is een Fransman van 62 jaar die eigenaar was van een designbureau in New York, totdat hij zich 6 jaar geleden afvroeg of het leven niet meer te bieden had. Hij kon voldoende geld genereren om 10 jaar te reizen en daarna arm te eindigen, of hij kon nog 10 jaar in New York werken en, gezien de kosten van leven daar, ook arm eindigen. Hij koos voor de eerste optie, schafte zich een Ural zijspan aan en is bezig om op z’n dooie gemak de wereld rond te rijden; hij heeft ook alle tijd, en is al sinds november in Mongolië omdat hij daar “de winter wel eens wilde meemaken”. Een alleszins intrigerende man. Dan zijn er nog Duitsers die op de takelwagen hun BMW motoren hebben staan: van de ene zijn beide schokbrekers helemaal lek geslagen op de Mongoolse “wegen”en van de ander is van alles afgebroken met dezelfde oorzaak. De berijders van de schokbreker-BMW heeft maar liefst 1500 km staand op de voetsteunen door Mongolië gereden, omdat zonder vering zitten helemaal niet mogelijk is, gezien de klappen die je ruggengraat dan krijgt. Een andere Nederlander is er ook: deze is met een collega “die ook wel van reizen houdt” met de Trans Siberië Express naar Ulaanbator gereisd, en zijn na aankomst direct de volgende dag een paardentrail gaan doen, oftewel met paarden onder begeleiding 4 dagen de steppes op en bij de localen ook logeren. En eten wat zij eten. Dat resulteerde in een knap pijnlijk achterwerk en bovenal een behoorlijke diarree! Wij hebben deze dag verder doorgebracht om een lekker te relaxen, grondig te douchen, kleren te laten wassen en Jan heeft zelfs zijn haar laten knippen. Aan het einde van de middag de warme maaltijd besteld, en daar Joep zijn maag nog net geen 100% was, heeft hij het verstandig en rustig aan gedaan, de chips ervaring was nog veel te vers! Wat later kwam er een nieuwe groep motorrijders binnenvallen, en wel de groep die wij enkele dagen ervoor in de woestijn gesproken hadden, enkele uren na het ongeval van Jan. Het zijn een stel collega’s die in 4 weken van Londen naar Ulaanbator rijden op gehuurde motoren, meest Yamaha Tenere’s 600; ook voor hen was het behoorlijk afzien de afgelopen weken en terugkijkend was zo’n afstand in 4 weken eigenlijk gekkenwerk vonden zij zelf. Je bent van ’s morgens vroeg tot ’s avonds aan het rijden en je mist ten ene male de tijd om iets te zien, want je moet kilometers maken. Ook wij hadden deze ervaring, ondanks dat wij 1 week meer hebben gebruikt, totaal 5 derhalve. Ierse Jamie en zijn collega’s zijn blij verrast dat wij, die zij in de woestijn voorbij zijn gereden, erin zijn geslaagd toch nog eerder dan zij in Ulaanbator te arriveren, en er ook nog eens fris en gedoucht uit te zien; we helpen ze snel uit de droom middels het verhaal over onze privé jet, echter niet nadat we hen met een onschuldige blik te hebben gevraagd  “What took you so long??

We worden een paar maal gebeld door de SOS-alarmcentrale: het blijkt een heel gedoe te zijn om zaken voor ons te regelen; daar waar Jan in de Cessna een dubbele zitplaats van de dokter kreeg toegewezen om zijn gewonde been te laten rusten, is deze plots van mening dat er gewoon gereisd kan worden, zonder extra voorzieningen. Wij proberen dit te communiceren met hen, maar het gaat verre van soepel, maar uiteindelijk besluiten ze toch onze terugreis voor ons te regelen; dit resulteert in een telefoontje dat er plaatsen zijn op een vlucht naar Amsterdam met een tussenstop in Moskou, waarvan we van de drie plaatsen er twee zelf moeten dokken. Nou ja, dat was ook oorspronkelijk de bedoeling, dus wat kost het? Nou heren, dat komt dan op ruim 1700 euro per persoon! Kijk, daar hadden wij even geen zin in: Joep gaat nog geen 5 minuten op het internet en komt met een prijs van nog geen 500 euro, dezelfde vlucht, morgenvroeg (zondagochtend) en dan landen we rond 22.30 uur NL-tijd in Amsterdam! Dus willen we zelf boeken, maar dat moet weer via een 0900-nummer, dat kun je vanuit het buitenland niet bellen, Marij heeft daar een uur in de wacht gehangen en nog niemand aan de telefoon gehad, maar toch besloten geld over te maken en ’s avonds zouden we de tickets via e-mail ontvangen. We wachten vol spanning af en gaan niet met een groepje Duitsers de stad in om de wedstrijd Duitsland – Argentinië te bekijken.  In plaats daarvan gaan we vast pakken om klaar te zijn en raken aan de praat met Sybille, uitbaatster van het guesthouse, samen met haar man; zij blijkt 15 jaar geleden naar Ulaanbator te zijn gekomen als jonge vrouw om gevangenen te helpen, oa na hun vrijlating. Ze vertelt onthutsende verhalen die hard aankomen, want wij hebben eigenlijk enkel de mooie kanten van Mongolië gezien, voornamelijk landschappelijk. Dat het een hard volk is, hadden we zelf ook opgemerkt, maar hoe hard het daar daadwerkelijk aan toegaat, daar worden we even stil van, zeker als zij nog eens fotoboeken tevoorschijn haalt en daar de passende verhalen over vertelt. In onze ger staat alles inmiddels klaar voor vertrek en Sybille heeft de taxi voor 0500 uur besteld; onze Aeroflot vlucht gaat immers om 0735 uur, en we moeten er twee uur van tevoren zijn.

De taxi is, net als wij, keurig op tijd en we rijden door een stil en bijna verlaten Ulaanbator op weg naar het vliegveld; het is een echte derde wereldstad. Planning lijkt ten ene male te ontbreken, overal waar maar ruimte is wordt gebouwd en niet de meest fraaie gebouwen; Jan zag zelfs een in –optisch in goede staat verkerend- vliegtuig, geheel omringd door flats! Het is een lelijke, vieze, drukke en bijna onmogelijke stad voor ons om in te leven, daar optisch iedere structuur ontbreekt. Gelukkig weet de taxichauffeur toch het vliegveld te vinden, waar we met enige vertraging mogen boarden en op weg gaan naar de laatste tussenstop, Moskou. Een van onze medereizigers is een andere gast uit guesthouse Oasis, een Duitser van 66 jaar die ook met de motor is gekomen, maar een soort van trip heeft gemaakt langs belangrijke historische plaatsen uit de 2de wereldoorlog, zoals Jalta en Volgograd, het voormalige Stalingrad. Hij blijkt nog behept te zijn met een latent schuldgevoel over de oorlog, ondanks Rotterdamse vrienden; ook weer een opmerkelijke man.  We vliegen met een Boeing die al even geleden de fabriek heeft verlaten, wat Joep niet echt een veilig gevoel geeft, maar keurig om 11.30 uur landen wij  op de luchthaven van Moskou waar we ruim 8 uur moeten wachten alvorens we op weg kunnen naar eindhalte Amsterdam.


Jul 9 2010

Epiloog

Jan

De reis zit erop, dit eindwoord schrijven wij tijdens de eindetappe van Moskou naar Amsterdam; tijd voor een nawoord derhalve.

Allereerst zijn wij al die tijd blij verrast geweest door de grote hoeveelheid reacties op onze berichten, jullie weten niet hoe goed ons dat heeft gedaan gedurende de gehele trip! Weten en lezen dat mensen waar je om geeft intens met je meeleven geeft een boost als je even kapot zit, en doen je gewoon hartstikke goed; daarom, iedereen hartstikke bedankt daarvoor!

Ten tweede willen wij natuurlijk al onze sponsoren bedanken voor de ondersteuning welke wij hebben genoten in de vorm van spullen; dankzij bijvoorbeeld  de uitmuntende kleding van Lookwell   is Jan er goed vanaf gekomen na zijn ongeval!

Tja, een buitencategorie is Joep; ik had me geen betere reismaat kunnen wensen, en zonder hem was de reis –als die al had plaatsgevonden- heel wat chaotischer verlopen en was ik waarschijnlijk nu nog in de woestijn naar het juiste spoor aan het zoeken.

De reis is voor mij begonnen als de vervulling van een droom, namelijk andere landen, volkeren en culturen zien, en vooral Mongolië. Alles wat ik me ervan had voorgesteld is uitgekomen, en meer dan dat. Ik heb landschappen en kleuren gezien die ik me nooit had kunnen voorstellen, zo mooi. Het was verrekte zwaar, veel zwaarder dan ik me had voorgesteld;  toch haal je dan ergens krachten vandaan om door te gaan. Ik heb doodse stiltes gehoord, de meest waanzinnige zonsondergangen gezien, onbekende dingen gegeten en gedronken, nieuwe vriendschappen gesmeed met de meest prachtige mensen, en bovenal iedere dag genoten. Als er iets is dat ik geleerd heb is het dat je dromen die je hebt, moet trachten te realiseren, hoe lastig deze ook lijken; ook zou iets meer structuur in mijn “planning” wel eens iets meer kans op een goede afloop kunnen betekenen. Het was een heerlijk avontuur wat ik nooit zal vergeten; ik koester de opgebouwde vriendschappen, speciaal met Joep waarmee ik heb gelachen en tranen gelaten; zo, nu ben ik doodop en blij als ik dadelijk Marij weer zie. Van Joep krijg ik alle foto’s en zal dan de reis in zijn geheel, in alle rust, weer opnieuw beleven; ik verheug me daarop!

Joep

Jan ging met de motor naar Mongolië en ik besloot mee te gaan: ik heb mezelf altijd een echte avonturier gevonden en dit was een uitstekende gelegenheid om dat in het echie te testen. Een kans die maar één keer voorbij komt en die je moet grijpen. Waarom naar Mongolië? Daar ging Jan naartoe, als hij naar Tanzania was gereden was ik ook meegegaan. Je gaat jezelf tegenkomen; het zal je leven veranderen. Ja dat zal wel: ik ken mezelf ondertussen prima.

En ik ben mezelf tegengekomen en wie weet wat er blijft hangen van de geleerde lessen:

  1. Soms ben je afhankelijk van andere mensen, overal zijn goede mensen die het beste met je voor hebben,
  2. Je kan niet alles controleren, als je loslaat komt alles ook goed,
  3. Als je maar gewoon doorgaat kan je heel ver komen,
  4. Nederland is een paradijs,
  5. Koester wie je lief hebt,
  6. Snoetenpoetsers zijn handig voor op reis,

Ik heb onvoorstelbaar mooie dingen gezien en ontzettend lieve mensen ontmoet. Ik heb mijn gezin, familie en mijn moeder ontzettend gemist (nooit van mezelf gedacht). Zonder de zekerheden van de westerse ‘beschaving’ kan je heel eenzaam zijn.

Jan is een bijzondere vriend geworden, hopelijk houdt dit lang stand.

Nu genieten van mijn leven zoals het bestaat en zich ontwikkeld.